Grafmonument voor Joseph Fletcher, cadet op de SS Chupra.

Een verhaaltje over India – Op onze tweede dag in India zouden we afreizen naar Nagapattinam, om daar de oude VOC-begraafplaats, genaamd Karikop, te bezoeken. Het wachten was die dag echter op onze gids en begeleider, die onderweg was naar Chennai, na een bijeenkomst elders in India. Om de tijd nuttig te besteden, bezochten we die ochtend St. Mary’s Cemetery, zeg maar de nieuwe Engelse begraafplaats. De oudste Engelse begraafplaats is in het voormalige Guava Garden, maar daar staan tegenwoordig nog slechts twee monumenten. De meeste grafmonumenten zijn al in de achttiende eeuw overgebracht naar St. Mary’s Church bij Fort St. George. Daar staan en liggen ze verspreid rondom de kerk. De eerste dode op de nieuwe begraafplaats werd in 1763 begraven. Daarmee was er qua tijdsperiode een overlap met de grafmonumenten op de VOC-begraafplaatsen in Pulicat en Nagapattinam en daarom was het ook interessant om deze begraafplaats te bezoeken.

De eerste aanblik was droevig. Tal van beschadigde grafmonumenten op een afgebrande bodem. Sterker nog, we zagen de vlammen en de rook tussen de grafmonumenten omhoog komen. Het bleek het werk van een tweetal studenten ‘Social Studies’. In een gesprekje bleek dat ze de begraafplaats uit eigen beweging schoonmaakten omdat ze iets aan de verwaarloosde staat wilden doen. Hoe goed hun bedoelingen ook zijn, door de drastische methoden om het overdadige groen te verwijderen, raken veel grafmonumenten beschadigd. Niet in de laatste plaats door de hitte van het vuur.

Begraafplaats Soestbergen in Utrecht

Begraafplaatsen komen er in het nieuws regelmatig bekaaid af. Is het niet om vernielingen, dan gaat het wel over de kosten van begraven en onderhoud. Daarnaast vallen twee zaken op in het nieuws. Ten eerste crematoria die het laatste decennium als paddenstoelen uit de grond schieten. Die toename van crematoria loopt deels parallel aan de toename van het aantal crematies. Steeds meer Nederlanders worden of willen worden gecremeerd. Dat laatste is misschien ook deels afhankelijk van wie de enquête afneemt. Terwijl een tiental jaren geleden het aantal begravingen en crematies nog in evenwicht waren, is dat tegenwoordig niet meer zo.

Begraven heeft in de media het stempel ‘duur’ en cremeren het stempel ‘praktisch’, geen gedoe voor de nabestaanden. Belangrijk verschil is dat begraafplaatsen meestal in handen zijn van ofwel de overheid dan wel een kerkelijke instantie, soms een particuliere organisatie. Crematoria daarentegen worden veelal beheerd door commercieel gedreven organisaties. Daarom ziet u wel (sluik)reclames voor crematoria en zelden voor een begraafplaats. En dat terwijl in absolute aantallen het aantal crematoria veel lager is dan het aantal in gebruik zijnde begraafplaatsen, namelijk 92 versus ruim 3500. De organisatie van crematoria is dan ook veel eenvoudiger dan die van de lappendeken aan begraafplaatsen die Nederland kent. Maar vooral ligt de focus anders, bij crematie draait het om de plechtigheid, bij begraven vooral om de plek na de plechtigheid.

De Hervormde Dorpskerk in Wijk aan Zee

Ik veerde op in mijn bureaustoel. “Ook een islamitische begraafplaats is een ‘kerkhof’”. Wat? Sinds wanneer? Een lezer in Trouw had gereageerd op een opmerking in die krant over de laatste rustplaats van de Saudische koning Abdullah: een ‘kerkhof in Riyadh’. Terecht dat die lezer daarover opmerkte dat men in Saudi-Arabië geen kerken heeft, dus ook geen kerkhoven. Ik bleek naar een taalrubriek van Ton den Boon van 31 januari 2015 in Trouw te kijken. Den Boon is taalpublicist. Hij betoogt dat kerkhof en begraafplaats volledige synoniemen zijn en dat een verbinding als ‘islamitisch kerkhof’ ingeburgerd is. En omdat Van Dale, waar hij overigens als hoofdredacteur aan verbonden is, bij het trefwoord kerkhof de samenstelling moslimkerkhof geeft, zou dit zo zijn.